Archief beheerder

Competitiviteit

januari 8, 2012

Competitiviteit is het algemene woord voor concurrentie, concurrentiekracht,en concurrentiever- mogen (VRTTaal, 2009). Het woord ‘competitiviteit’ wordt met name in Vlaanderen gebruikt. In Nederland gebruikt men meer de andere begrippen.

Competitiviteit is belangrijk als het gaat om maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Door de grote vraag van stakeholders om een maatschappelijk verantwoord beleid te voeren, neemt voor de betreffende bedrijven de druk toe om dit daadwerkelijk te doen en hierbij innovatief te zijn. Omdat steeds meer bedrijven zich gaan bezighouden met MVO, en dus de competitie groter wordt, worden bedrijven niet slechts afgerekend op het hebben van een maatschappelijk verantwoord beleid, maar ook op de invulling en de kwaliteit van dit beleid. Competitiviteit zorgt er dus voor dat bedrijven onder andere creatief en innovatief blijven om de concurrentie voor te blijven op het gebied van MVO. Als een bedrijf een degelijk MVO-beleid of een degelijk duurzaamheidsbeleid heeft, kan dit concurrentievoordelen opleveren. Hierdoor kan MVO, wat in eerste instantie een kostenpost is, als investering worden gezien en kan het betreffende bedrijf door middel van een beter imago profijt hebben van een MVO-beleid [zie ook Maatschappelijk verantwoord ondernemen]. MVO creëert naast de maatschappelijke doelen (waarden voor buiten de organisatie) ook winst, doordat consumenten kritischer zijn geworden over de producten, hoe deze gemaakt worden en onder welke omstandigheden dit gebeurt (Ketelaar & Reinhoudt, 2006).

Naast de genoemde voordelen van competitiviteit is er nog een voordeel, voor bedrijven. Doordat er meer concurrentie op productniveau is, zullen producenten de kwaliteit van het product hoog of de prijs laag moeten houden om zich daarmee te onderscheiden van concurrenten. Voor consumenten zitten er dus verschillende voordelen aan concurrentie tussen bedrijven.

Compliance officer

januari 8, 2012

De compliance officer is een functionaris die met name in financiële instellingen aangesteld is om toe te zien op naleving van wetten en regelgevingen (compliance). De functie is gericht op het monitoren van transacties, het waarborgen van de integriteit van de organisaties en heeft als doel het risico op onrechtmatig handelen te verkleinen. De compliance officer heeft zowel een controlerende rol als een adviesgevende rol (Compliance Instituut, 2002). Als de compliancefunctie niet op een juiste wijze wordt ingevuld en tekortschiet op de punten van houding, middelen, or- ganisatorische inbedding en deskundigheid, zal de compliance officer door de toezichthouder aangesproken worden en een waarschuwing krijgen. Als er sprake is van delicten, dan wordt direct aangifte gedaan (De Nederlandsche Bank, 2003).

Hoewel de vraagstukken omtrent compliance met name in de Verenigde Staten al lange tijd bestaan, is het een actueel thema geworden na de grote beursschandalen van onder andere Enron en Ahold. Als gevolg hiervan verplicht de Regeling Organisatie en Beheersing (ROB) uit hoofd van de Wet toezicht kredietwezen financiële instellingen een compliance officer in dienst te nemen om de integriteit van de financiële instelling te waarborgen (Com- pliance Instituut, 2002).

De compliance officer zorgt voor een betrouwbaarder beleid en geeft stakeholders een meer valide beeld van de prestaties van een organisatie. Voor maatschappelijk verantwoord ondernemen is het van belang om op een betrouwbare wijze te kunnen zien of er voldoende en op een juiste wijze wordt geïnvesteerd in de maatschappij.

Concurrentievoordeel

januari 8, 2012

Concurrentievoordelen zijn die punten van een organisatie, waarbij winst kan worden gemaakt ten opzichte van andere organisaties. De Wit en Meyer (2005) stellen dat concurrentievoordelen gehaald kunnen worden door een goede configuratie van input, activiteiten en output, om zoveel mogelijk waarde te creëren voor klanten. De waarde wordt gecreëerd door het op een juiste wijze aanbieden van een product, en een goede invulling van de waardeketen [zie Waardeketen]. Veel concurrentievoordelen worden gehaald uit productiewijzen zoals standaardisatie of juist differentiatie. Daarnaast zijn er ook concurrentievoordelen te behalen door middel van het langer of korter maken van de bedrijfskolom, logistieke mogelijkheden, kennis en expertise en andere aspecten die met de bedrijfsvoering te maken hebben. Een onderneming kan ook binnen het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en duurzaamheid concurrentievoordelen behalen; een trend die de laatste decennia in opkomst is geraakt [zie Maatschappelijk verantwoord ondernemen].

Aan het begin van de maatschappelijke bewustwording lag het concurrentievoordeel met name bij de bedrijven die inspeelden op deze maatschappelijke trend. Door maatschappelijk verantwoord te gaan ondernemen en dit ook daadwerkelijk uit te stralen naar het grote publiek, kon een voorsprong worden opgebouwd ten opzichte van de concurrenten. Nu het debat omtrent MVO en duurzaam ondernemen is toegenomen zijn er veel meer bedrijven die zich met deze trend bezighouden. Er is nog maar een kleine groep bedrijven die zich niet op een of andere manier aanpast aan de wensen van de klant met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen. Het concurrentievoordeel moet dus niet meer zozeer komen van het feit dát een bedrijf aan MVO doet, maar van het onderscheidend vermogen en creativiteit binnen het gebied van MVO en duurzaamheid. Op steeds nieuwe manieren wordt gehoor gegeven aan de oproep om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dit houdt de bedrijven scherp en zorgt voor een constante innovatieve stroom om de concurrentie voor te blijven.

Het concurrentievoordeel van MVO lijkt zich in eerste instantie niet te uiten in de vorm van winst, aangezien het in het begin een kostenpost is. Toch kan door een degelijk MVO-beleid te voeren de winst worden vergroot. MVO creëert naast de maatschappelijke doelen (waarden voor buiten de organisatie) ook winst (Ketelaar & Reinhoudt, 2006). Naast winst voor de organisatie leveren MVO en duurzaam ondernemen natuurlijk ook winst op voor de maatschappij.

Corporate Governance

januari 8, 2012

Het begrip corporate governance werd voor 1977 niet gebruikt. De voorloper van corporate governance is corporate control, waar het ging over de rol van aandeelhouders bij de controle van overnames van bedrijven. Corporate governance gaat verder dan alleen controle bij overnames. Het duidt ook op de functie van aandeelhoudersvergaderingen in het toezicht op het ondernemingsbestuur (Schrijvers, 2004). Corporate governance is belangrijk omdat er een controle of toezicht plaatsvindt op de onderneming, zodat deze gebonden is aan wat de stakeholders willen. Zo kan er van buitenaf invloed op de onderneming uitgeoefend worden. Milieugroeperingen kunnen ook invloed uitoefenen op de onderneming om de organisatie milieuvriendelijker te maken.

Het begrip is steeds verder ontwikkeld nadat er verschillende schandalen van grote organisaties onder de aandacht kwamen. Ook kwam er meer discussie over de grote beloningen aan de top van multinationals. Naar aanleiding hiervan werd de Commissie Corporate Governance opgericht. Deze wordt ook wel de commissie-Peters genoemd. Zij bracht een rapport uit met veertig aanbevelingen om een goede corporate governance te voeren. Deze gingen vooral over het afleggen van verantwoording door de bestuurders en toezicht door aandeelhouders.

De commissie-Peters definieert corporate governance als volgt: ‘Corporate governance gaat over bestuur en beheer, over verantwoordelijkheid en toezicht. Integriteit en transparantie spelen hierbij een grote rol’ (Commissie Corporate Governance, 1996 in Strikwerda, 2004)

Het ministerie van Financiën omschrijft corporate governance als het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheren en toezicht houden van een organisatie, gericht op een efficiënte en effectieve realisatie van doelstellingen, evenals het daarover op een open wijze communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van belanghebbenden (Ministerie van Finan- ciën, 2000). Ook deze definitie komt uit de vele discussies over corporate governance die men gebruikt om in de steeds groter wordende vraag naar verantwoording en transparantie van bedrijven te voorzien. Er heerst onder de bedrijven en hun belanghebbenden steeds meer bewustzijn voor de noodzaak van controle en balans.

Het voeren van corporate governance bestaat uit drie elementen. Ten eerste gaat het over de interactie van belanghebbenden in het functioneren van een onderneming. Ten tweede gaat corporate governance over het bereiken van voordelen en efficiëntie van het ondernemingshandelen doordat door de inspraak van belanghebbenden de prestaties van de onderneming kunnen worden beïnvloed. Ten derde gaat corporate governance over de vraag wat goed bestuur is (Schrijvers, 2004).

De commissie-Peters ging ervan uit dat de veertig aanbevelingen door de beursgenoteerde organisaties werden opgevolgd. Dit was niet het geval. Daarom werd er een nieuwe commissie opgericht die de aanbevelingen van de commissie-Peters verder ging uitwerken. Dit leidde tot de code-Tabaksblat [zie Code-Tabaksblat].

In de tiende conferentie van handel en ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCTAD) werd geadviseerd om corporate governance te stimuleren in ontwikkelingslanden om de bedrijfstransparantie te vergroten en de relatie met stakeholders van bedrijven in ontwikkelingslanden te verbeteren om zo kapitaal aan te trekken. Hiervoor ontwikkelde ISAR (International Standards of Accounting and Reporting) door middel van vele workshops, gesprekken en debatten met experts op het gebied van corporate governance de publicatie ‘Guidance on good practices in corporate governance disclosure’. Samen met deze handleiding en workshops, bijeenkomsten en onderzoeksprojecten stimuleert de UNCTAD corporate governance, voornamelijk in ontwikkelings- landen (United Nations Conference on Trade and Development, 2002).

Cradle to Cradle

januari 8, 2012

Pas de laatste paar jaar is het concept Cradle to Cradle (van wieg tot wieg) veel onder de aandacht gekomen, terwijl het concept al in de jaren tachtig is ontstaan. Het kwam voor het eerst naar voren in de visie van Stahel. Hij gaat ervan uit dat de huidige economie een lineaire economie is waarin producten maar een relatief korte levensduur hebben. In deze economie wordt niet nagedacht over het efficiënter en effectiever omgaan met de producten en de materialen van een product, opdat de levensduur ervan wordt verlengd of zelfs oneindig is. Dit vindt men wel terug in een cyclische economie. Hierin wordt ervan uitgegaan dat producten niet worden ontwikkeld om toe te werken van cradle to grave (van wieg tot graf — het afdankmoment), maar juist van cradle to cradle: het kunnen blijven gebruiken van de producten en materialen. Dit is volgens Stahel veel succesvoller dan de huidige lineaire productie-economie (Product Life In- stitute, 2008). De scheikundige Braungart had dezelfde ideeën als Stahel. Ook hij promootte een andere manier van omgaan met grondstoffen en materialen. Door de samenwerking van Braungart en designer McDonough werd het concept Cradle to Cradle verder in praktijk gebracht. Zij zagen het conflict tussen industrie en milieu als een groot ontwerpprobleem. Het vergt een nieuwe systematiek van het ontwerpen van technische processen en industriële productie om Cradle to Cradle te bereiken. Zij noemen dit de next industrial revolution. Door producten zo te ontwerpen dat ze kunnen worden hergebruikt, wordt de productie efficiënter en wordt er een cyclische economie gecreëerd [zie Cyclische economie].

Cradle to Cradle gaat verder dan recycling. Bij recycling wordt er, wanneer het product wordt afgedankt, pas gekeken wat er nog meer mee gedaan zou kunnen worden. Dan zijn er veel mogelijkheden al niet meer mogelijk, gaat de kwaliteit achteruit en zal het uiteindelijk toch als afval worden weggegooid [zie Recycling]. Bij Cradle to Cradle wordt er vanaf het ontwerp al rekening gehouden met de afdankfase, zodat er nog vele mogelijkheden zijn om het product op een andere manier te gebruiken en hergebruiken en blijft de kwaliteit van het materiaal behouden (McDonough & Braungart, 1998). Er worden alleen niet-schadelijke en volledig recyclebare grondstoffen gebruikt.

Het ontwerpen aan de hand van het Cradle to Cradle-concept kan vergeleken worden met de grondstoffenkringloop van de natuur. Wanneer een boom zijn bladeren verliest, zullen deze door micro-organismen worden verteerd tot grondstoffen die de boom zelf weer kan gebruiken als voedingsbron. Producten die door mensen gemaakt zijn, zouden in eenzelfde soort kringloopproces ook kunnen fungeren als nieuwe grondstoffen. Deze grondstoffen moeten zo zijn ontworpen, dat ze kunnen worden teruggebracht in de grondstoffenkringloop, zonder dat deze kwaliteit verliezen. Dit heeft twee voordelen. Ten eerste komt er geen gevaarlijk afval vrij en ten tweede hoeven er geen nieuwe grondstoffen te worden gebruikt. Het Cradle to Cradle-concept wordt door deze kringloop daarom ook wel het ‘afval is voedsel’-concept genoemd (McDonough & Braungart, 1998).

Cradle to Cradle wordt in verschillende landen toegepast. Er is veel publiciteit voor dit onderwerp in Nederland, maar ook in bijvoorbeeld Spanje en de Verenigde Staten is een aantal projecten gaande (McDonough & Braungart, 2008). Een product kan door McDonough en Braungart gecertificeerd worden als een Cradle to Cradle-product. Zowel het product als het productieproces moet dan voldoen aan een aantal eisen, zodat een geheel duurzame levenscyclus ontstaat.

 

Cyclische economie

januari 8, 2012

Bij een cyclische economie heeft de economie de eigenschap in één lijn te opereren met de cyclus van natuurlijke ecosystemen. Een cyclische economie is verschillend van een traditionele economische handelwijze en kan veel milieuproblemen effectief oplossen en een duurzame ontwikkelingsstrategie voor snelle economische ontwikkeling ondersteunen (Sun, 2002). Stahel omschrijft een cyclische economie als een economie waarin wordt nagedacht over het efficiënter en effectiever omgaan met de producten en met de materialen van een product, zodat de levensduur ervan wordt verlengd of zelfs oneindig is (Product Life Institute, 2008). De term cyclische industrie wordt met name in de Aziatische landen gebruikt, maar het concept zelf is ook in andere (westerse) landen te vinden.

Xinhua (2006) heeft een stappenplan ontwikkeld om tot een cyclische economie te komen. De eerste stap hierin is het overgaan op volledig schone productie en volledig gebruik te maken van de grondstoffen gedurende het gehele productieproces. Op deze wijze wordt de hoeveelheid afval geminimaliseerd en zoveel mogelijk (her) gebruikt. Hiermee wordt een verantwoord systeem gecreëerd en op basis hiervan kan overgegaan worden op een ecologisch verantwoord productontwerp. De tweede stap is een goed gestructureerde realisatie van de ecologische industrie. Door het stimuleren van industriegeconcentreerde gebieden kan afval makkelijker overgedra- gen worden. Het afval van organisaties met hoogwaardige producten kan vervolgens gebruikt worden als grondstof voor andere organisaties. Op deze manier wordt op een effectieve manier de productieketen uitgebreid, de hoeveelheid afval geminimaliseerd en de CO2-uitstoot geneutraliseerd. Bijkomend voordeel is dat door de concentratie van dergelijke industriële gebieden de middelen op een zo efficiënt mogelijke manier kunnen worden gebruikt. Er zijn weinig transportkosten voor transport binnen deze regio of tussen de betrokken ondernemingen (Xinhua, 2006). De derde stap is het maken van algemene plannen voor de ontwikkeling van landbouw en industrie, productie en consumptie, stad en platteland. Hiermee kunnen op een effectieve manier industrieën ontwikkeld worden die op een cyclische manier ge- bruikmaken van grondstoffen en op deze wijze duurzame productie en consumptie realiseren (Xinhua, 2006).

Een vergevorderde variant van de cyclische economie is het principe van Cradle to Cradle, wat uitgebreid beschreven wordt door de grondleggers van dit begrip, McDonough en Braungart, in Cradle to cradle: remaking the way we make things uit 2002. Hierbij wordt een complete cyclus uiteengezet waar een product aan het einde van de levenscyclus verder gaat als voedsel voor andere organismen en zo eindeloos door kan worden gerecycled (Webkanaal Cradle to Cradle, 2008) [zie ook Cradle to Cradle].