Stakeholdertheorie

by

De term stakeholder wordt vanaf 1963 gebruikt en werd toen omschreven als groepen die het bedrijf nodig heeft om te kunnen voortbestaan (Stanford inVanspeybroeck, 2004). Deze term is in 1984 door Freeman verbreed tot ‘ieder individu of groep van individuen die de onderneming kan beïnvloeden of door de ondernemingsactiviteiten kan beïnvloed worden’. Door deze definitie wordt Freeman een van de grondleggers van de stakeholdertheorie genoemd. Dit had ook als oorzaak dat Freemans Strategic management: a stakeholder approach in veel navolgende managementliteratuur is gebruikt (Freeman, 1984 in Goodijk 2006).

De stakeholdertheorie gaat ervan uit dat organisaties niet alleen verantwoording moeten afleggen aan aandeelhouders, maar ook aan stakeholders die een direct belang hebben of betrokken zijn bij het organisatieproces. In de stakeholdertheorie hebben aandeelhouders net als in het shareholderperspectief recht op het krijgen van dividend. Immers, de ondernemingen hebben de aandeelhouders nodig om te kunnen opereren. Evan en Freeman (1993:82) zeggen hierover: ‘De reden om geld uit te keren aan de eigenaren is niet omdat het bedrijf hun bezit is, maar om-dat de ondersteuning van aandeelhouders noodzakelijk is om te kunnen overleven als bedrijf.’ Het doel om de aandeelhouders tevreden te houden zal dus nog steeds blijven bestaan. Echter, de doelen van de aandeelhouders om de aandeelwaarden zo hoog mogelijk te krijgen moeten meer worden afgewogen met de eisen van de andere belanghebbenden. Zo zullen de doelen niet alleen financieel, maar ook kwalitatief van aard zijn (Clarke in De Wit & Meyer, 2005).

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen drie principes van de stakeholdertheorie: normatief, instrumenteel en descriptief. De normatieve stakeholdertheorie vormt de basis. Deze theorie gaat na wat de organisaties moeten doen om rekening te houden met de stakeholders. In deze theorie worden stakeholders als een doel op zich gezien.

In de instrumentele stakeholdertheorie vormt dit juist een middel om het doel van de onderneming, het bereiken van winst, te bereiken. Met behulp van de instrumentele theorie kunnen verbanden worden gelegd tussen stakeholdermanagement en de andere vaak meer traditionele doelstellingen. Het uitgangspunt hierbij is dat ethische principes, als wederzijds vertrouwen en een goede samenwerking, kunnen leiden tot marktsucces en voordeel.

De derde stakeholdertheorie, de descriptieve, bevindt zich meer aan de oppervlakte waarin vragen worden gesteld zoals welke stakeholders zijn belangrijk en wanneer zijn zij belangrijk, zodat verder onderzocht kan worden welke middelen de onderneming beschikbaar kan stellen voor deze stakeholders. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat stakeholders in de loop van de tijd van karakter kunnen veranderen. De onderneming moet daarom niet zomaar stakeholders uitsluiten. De descriptieve theorie wordt ook gebruikt om bepaalde kenmerken van de onderneming en het ondernemersgedrag te bepalen en te analyseren.

Deze drie principes kunnen met elkaar verweven zijn, maar ook juist onverenigbaar met elkaar zijn. Hier zijn de meningen over verdeeld. Deze verschillende zienswijzen worden ook wel convergente en divergente stakeholdertheorie genoemd (Vanspeybroeck, 2004).

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: