Milieubeweging

by

Een beweging wordt gezien als het geheel van verschillende zelfstandige organisaties die zich mobiliseren rond een bepaald thema, zoals in dit geval milieu, en gericht zijn op sociale of politieke hervormingen. Iedere beweging kan eigen strategieën en belangen hebben om bepaalde problemen te definiëren en op te lossen. Alle bewegingen samen vormen een sociale bewegingssector: in dit geval dus de milieubeweging (Nas, Dekker & Hemmers, 1997). De milieubeweging wordt door Fokkinga, Helmer en Nypels (1984) gedefinieerd als ‘een groepering van mensen die zich hebben georganiseerd op grond van een gemeenschappelijk onbehagen (de zorg om een vervuild leefmilieu). Dit onbehagen drukt zich uit in een afwijzing van de bestaande gang van zaken in de samenleving. Men onderneemt daarom actie om hervormingen te krijgen of om een eigen leefmilieu te scheppen waarin de gesignaleerde fouten afwezig zijn.’

In Nederland is de milieubeweging aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw ontstaan. De bevolking kreeg meer interesse in de natuur, door de toenemende industrialisatie en de protesten daartegen. De oudste Nederlandse milieuorganisatie stamt uit 1899 (de Vereeniging tot Bescherming van Vogels). Daarna volgen in 1901 en 1905 nog twee verenigingen (de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging en de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten). Ook de jeugdbeweging besteedt aandacht aan de natuur. De bewegingen hadden rond die tijd een voornamelijk elitair karakter, omdat deze zich vooral richtten op de aankoop van natuurgebieden waarvoor veel geld nodig was. In de oorlog nam het milieubesef af, om vanaf de jaren zestig weer toe te nemen door de overlast van de industrialisatie. Doordat de wat oudere organisaties zich bleven richten op natuurbehoud en bescherming werden er nieuwe, vaak lokale, verenigingen opgericht die meer de nadruk legden op milieuverontreiniging. Zij hadden een andere strategie dan de oudere natuurbeschermingsorganisaties en probeerden voornamelijk invloed uit te oefenen door voorlichting, advisering en overleg met de overheid en het bedrijfsleven. In de jaren zeventig kwamen ook de wat algemenere milieuorganisaties op, die zich niet richtten op lokale en specifieke vormen van milieuvervuiling, maar juist op milieuvervuiling in heel Nederland of nog breder (Nas, Dekker & Hemmers, 1997).

Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat de milieubeweging in vergelijking met andere sociale bewegingen relatief positief benaderd wordt door overheden. Deze positieve opstelling wordt verklaard door te wijzen op de aard van het milieu-issue en het feit dat dit nergens echt een omstreden beleidsterrein is. Over het algemeen worden milieu- en natuurorganisaties door overheden eerder gezien als deskundig op dit gebied en als bondgenoot. In veel landen staat de overheid dan ook relatief open voor de milieubeweging. Dit kenmerk is wel het sterkste in Nederland. Wanneer er kwesties zijn waar weinig consensus over is, zoals bijvoorbeeld kernenergie, gaat men vaker over op radicale of massale acties in plaats van overleg te voeren met de overheid (Nas, Dekker & Hemmers, 1997).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: